Tocqueville over de democratie in Amerika

4 juli jongstleden was het bijzondere feit dat de Verenigde Staten van Amerika 250 jaar bestonden. Independence Day wordt nog steeds ieder jaar op deze dag gevierd. Daags na dit bijzondere feit leek het mij passend om níét de periode-Trump, maar juist het verdere verleden uit de Amerikaanse geschiedenis onder de aandacht te brengen. En dan inzoomend op de democratie – iets wat heden ten dage in het (van oudsher) land van de onbegrensde mogelijkheden vanuit meerdere kanten onder druk staat.

Kloek boek

Over tweeënhalve eeuw Amerika valt veel, héél veel te schrijven. Graag beperk ik mij tot enkele inzichten uit het boek Over de democratie in Amerika van Alexis de Tocqueville. Deze Franse aristocraat – en tevens staatsman – reisde in vroegere tijden door Amerika en heeft al zijn ervaringen en inzichten aan het papier toevertrouwd. Deze verzameling aan observaties leverde een bundeling van 1064 bladzijden op. Dat maakt het met recht een kloek boek. Juist vanwege dit bijzondere jubileum (immers een 50e lustrum!) een aanrader om dit boek – helemaal nu de vakantietijd is aangebroken – door te worstelen. Een mooie opgave.

Tocqueville reist in 1831 en 1832 door Amerika. Hij merkt op dat de democratische republiek in de Verenigde Staten zich handhaaft. Het hoofddoel van het boek is voor hem om de oorzaken van dit verschijnsel duidelijk te maken. Hij schetst: “Het grote voordeel van de Amerikanen is dat zij tot de democratie zijn gekomen zonder democratische revoluties te hoeven ondergaan en gelijk geboren zijn in plaats van het te worden.”

Democratisch voorproefje

Dat geschetst hebbende, leek het mij niet onverdienstelijk om een aantal citaten uit het veelomvattende boek aan het digitale papier toe te vertrouwen. Om in een boek van dik duizend pagina’s te citeren, ontkom je er niet aan dat je ook héél veel onbenoemd laat. Dat zij zo. Het gaat mij erom dat er geproefd wordt aan het werk van Tocqueville en zijn bespiegelingen over de democratie in Amerika. En vooral dat het naar meer mag smaken.

Voordat een aantal passages uit het boek volgt, wil ik nog de oproep doen: lees dit alles in het perspectief van Amerika anno 2026, bijna 200 jaar nadat Tocqueville zijn bevindingen noteerde. Dan merk je al gauw op: de tijd heeft niet stilgestaan. En dan valt er uit de geschiedenis veel te leren. Churchill zei het in een ander tijdvak al eens treffend: “In de geschiedenis liggen alle geheimen van het staatsvak.” Opdat je de woorden van Tocqueville met die bril mag lezen. Voor de vuist weg heb ik er enkele categorieën uit gedestilleerd.

Over democratie en haar eigenschappen:

  • “Ik heb het elders al gezegd: het werkelijke voordeel van een democratisch staatsbestel is niet dat de rechten van allen worden gewaarborgd, zoals men wel eens hoort zeggen, maar alleen die van het grootste aantal. In de VS, waar de arme regeert, moeten de rijken altijd vrezen dat hij zijn macht ten nadele van hen misbruikt.”
  • “‘Hoe komt het dat jullie geen accijnzen op sterke drank heffen?’, vroeg ik. ‘Onze wetgevers hebben er vaak aan gedacht, maar het is een moeilijke zaak. Men vreest opstand; en bovendien zouden de afgevaardigden die voor zo’n wet zouden stemmen, er zeker van zijn niet te worden herkozen.’ – ‘Dus’, antwoordde ik, ‘bij jullie zijn de drinkers in de meerderheid en is matigheid impopulair.’”

Over samenleving, individualisme en democratie:

  • “De Nieuwe Wereld verkeert in zo’n bewonderenswaardige situatie dat de mens er alleen nog maar zichzelf tot vijand heeft! Om gelukkig en vrij te zijn is het genoeg het te willen.”
  • “President James Madison: ‘Het is in republieken niet alleen van belang dat de samenleving wordt verdedigd tegen de onderdrukking van hen die haar besturen, maar ook dat het ene deel van de samenleving wordt beschermd tegen de onrechtvaardigheid van het andere deel. Rechtvaardigheid is het doel waarnaar elk staatsbestel moet streven; zij is het doel dat mensen voor ogen hebben als zij zich verenigen. Volken hebben altijd inspanningen in die richting gedaan en zullen dat blijven doen, totdat zij het hebben bereikt of hun vrijheid hebben verloren.’”
  • “Individualisme is van oorsprong democratisch en dreigt zich te ontwikkelen naarmate de standen gelijker worden.” (…) “Het individualisme is een weloverwogen en vreedzaam gevoel dat elke burger ertoe brengt zich van de massa en zijn medemensen te isoleren en zich met zijn familie en zijn vrienden af te zonderen, zodat hij, na zich zo een klein samenleving voor eigen gebruik te hebben gecreëerd, de grote samenleving met genoegen aan zichzelf overlaat.”

Over religie, bezit, revoluties en centrale macht:

  • “De Anglo-Amerikaanse samenlevingen hebben hun ontstaan te danken aan de religie, dat mag men nooit vergeten. In de VS vermengt de religie zich dus met alle nationale gewoonten en alle gevoelens die het vaderland doet ontstaan; dat verschaft haar een bijzondere kracht.”
  • “Bijna alle revoluties die het aangezicht van volken hebben veranderd, werden gevoerd om de gelijkheid te bevestigen of te vernietigen. Laat de secundaire oorzaken die tot grote beroering onder mensen hebben geleid, buiten beschouwing en u komt bijna altijd bij de ongelijkheid uit. Het zijn de armen die het bezit van de rijken willen afpakken, of de rijken die poogden de armen in ketenen te slaan. Als u dus een samenlevingsvorm tot stand weet te brengen waar iedereen iets heeft om te behouden en weinig om zich toe te eigenen, zult u heel wat voor de wereldvrede hebben gedaan.”
  • “Naarmate de bevoegdheden van de centrale macht toenemen, groeit ook het aantal functionarissen dat haar vertegenwoordigt. Zij vormen een natie in de natie en omdat het staatsbestel hun zijn stabiliteit verschaft, vervangen zij in alle naties steeds meer de aristocratie. Vrijwel overal in Europa heerst de soeverein op twee manieren: hij houdt het ene deel van de burgers onder de duim door de angst die zij voor zijn vertegenwoordigers voelen en het andere door de hoop die zij koesteren eens haar vertegenwoordigers te worden.”

Over het welbegrepen eigenbelang en materiële welstand:

  • “De doctrine van het welbegrepen eigenbelang is dus niet nieuw, maar bij de Amerikanen van onze tijd is zij algemeen aanvaard; zij is er populair geworden: men vindt haar als de achtergrond van alle daden; zij dringt door in elks discours. Men hoort haar niet minder uit de mond van de arme dan uit die van de rijke.”
  • “Wat het menselijk hart het meest nabij ligt, is niet het vreedzame bezit van een kostbaar voorwerp, maar het onvolledig vervulde verlangen het te bezitten en de voortdurende vrees het te verliezen.”
  • “In aristocratische samenlevingen hebben de rijken nooit een andere toestand dan de hunne gekend en zijn zij ook niet bang dat die zal veranderen; zij hebben geen idee van een andere. Materiële welstand is voor hen dus niet het levensdoel, maar een levenswijze. Zij beschouwen het in zekere zin als het bestaan zelf, en genieten ervan zonder erbij na te denken.”

Op naar het hoofdgerecht

Zo, het moeilijkste zit erop. Het was niet eenvoudig om uit zo’n veelomvattend boek een paar handenvol citaten te pikken. Daarom hulde aan de passages die de eindversie van dit artikel gehaald hebben. Laat dit voorproefje je er niet van weerhouden om het hoofdgerecht zelf – het boekwerk zelf – tot je te nemen. In meerdere opzichten is het verrijkend. Neem en lees!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *