In sneltreinvaart een introductie op de Franse Revolutie
Over de Franse Revolutie (1789-1799) valt veel, heel veel te schrijven. Over de breuk met het Ancien Régime – ‘het oude regiem’ van een autocratisch vorst en een standenmaatschappij -, hoe de verzamelcategorie burgers, boeren en buitenlui – de derde stand – zich verenigden tegen de vorst, adellijken en geestelijken, de Eed op de Kaatsbaan waar deze derde stand plannen smeedden voor een bestuurlijke ommezwaai, de bestorming van de Bastille, de belangrijke rol van Robespierre en óók zijn uiteindelijke ondergang onder de guillotine. En wat te denken van het credo ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’ die als lijfspreuk opgeld deed. Het eindigde in 1799 doordat Napoleon Bonaparte een greep naar de macht deed, als alleenheerser bovendreef en zichzelf in 1804 als keizer kroonde.
Deze historische gebeurtenis was een tijd van ongekende veranderingen. De verregaande gevolgen voor Frankrijk, Europa en de wereld deden daar niet voor onder. Tot op de dag van vandaag kent het zijn vele doorwerkingen waarvan de impact niet geringschat mag worden.
Tocquevilles studie
Het was Alexis de Tocqueville (1805-1859) die zich aandachtig in de Franse Revolutie heeft verdiept. Als nazaat van een adellijk, Frans geslacht ging de Franse Revolutie hem persoonlijk aan, maar bovenal was hij zeer benieuwd naar de oorzaken en tendensen ervan. Zodoende heeft hij na grondige studie zijn gedachtegangen aan het papier toevertrouwd. Het is zijn tweede grote werk nadat hij een lijvige (empirische) studie over zijn reis door Amerika in boekvorm onder de titel Over de democratie in Amerika publiceerde. Aan de hand van beider pennenvruchten licht ik er graag enkele gedachtes van hem uit. Je zult merken: het heeft ons ook anno 2026 genoeg te zeggen – ook al liggen deze historische gebeurtenissen al geruime tijd achter ons.
Allereest de aard van deze Revolutie. Het was geenszins de eerste revolutie, want de Glorious Revolution (1688) in Engeland en de Amerikaanse Revolutie (1775-1783) zaten toentertijd nog vers in het geheugen. Wat maakte de Franse Revolutie anders? Tocqueville schetst: “De Revolutie is beslist niet uitgevoerd, zoals sommigen wel hebben gedacht, om het rijk van religieuze overtuigingen te vernietigen. Zij is in wezen, in weerwil van de uiterlijke schijn, een sociale en politieke revolutie geweest, en in vergelijking met andere revoluties was haar inzet beslist niet om wanorde te stichten of deze permanent te maken of om de anarchie tot methode te verheffen, zoals een van haar belangrijkste tegenstanders beweerde; eerder heeft zij daarentegen getracht de macht en het recht van het openbaar gezag te verstevigen.”
De Revolutie ging natuurlijk over macht, maar ook over een innerlijke mentaliteitsverandering van de Fransen. Tocqueville: “Omdat de Revolutie de indruk wekte zich meer te bekommeren om de vernieuwing van de mensheid dan om de hervorming van Frankrijk, deed ze een hartstocht ontvlammen die tot dan toe ontbrak. Ze spoorde aan tot bekeringsijver en riep de propaganda in het leven.” Nieuwe hartstochten – een typische Tocqueville-woord – werden ontloken. Over wat voor hartstochten gaat het hier? Geld en goed; bezit. Onophoudelijk was er een prikkel van de vrees om te dalen en de hunkering om te stijgen. Individualisme, de hang naar gelijkheid en materialisme waren daarvoor al aanwezig, maar werden in deze periode sterker zichtbaar en kregen een nieuwe politieke en maatschappelijke betekenis.
Individualisme
Ook de term ‘individualisme’ raakte in zwang. Niet alleen de term, maar ook de praxis. We laten Tocqueville weer aan het woord: “Het woord individualisme, dat wij hebben gesmeed voor eigen gebruik, kenden onze voorouders niet; want in hun tijd was er inderdaad geen individu dat niet bij een groep hoorde en zich als helemaal alleen kon beschouwen; maar elk van de duizend kleine groepjes waaruit de Franse maatschappij was opgebouwd, dacht alleen maar aan zichzelf. Het was, als ik het zo mag zeggen, een soort collectief individualisme, dat de zielen voorbereidde op het werkelijke individualisme dat wij kennen.” Het gemeenschappelijk belang verdween naar de achtergrond, het welbegrepen eigen belang naar de voorgrond. Daarmee kwam er een steeds grotere voorliefde voor bezit, goede smaak en materiële welvaart, maar ook een sterkere gerichtheid op gelijkheid en individuele zelfstandigheid.
Het verdwijnen van sociale verbanden, toenemende gelijkheid en individualisering plus centralisatie kunnen ertoe leiden dat bureaucratie toeneemt en burgers juist afhankelijker worden van de centrale staat. Dit wekt centralisatie en bureaucratie van de overheid in de hand. Een mild soort despotisme zoals Tocqueville het noemt (deze term gebruik hij voornamelijk in het boek Over de democratie in Amerika), maar daarover zo dadelijk meer.
De actualiteit van Tocqueville: een tweetal bedreigingen voor de democratie
Afsluitend nog twee belangrijke inzichten voor onze tijd. Deze zijn vooral gericht op principes van de democratie. Met name waarín een democratie kan ontaarden, volgens de observaties van Tocqueville. Opdat we er lessen voor onze tijd uit mogen trekken.
Mild despotisme
Allereerst het fenomeen mild despotisme – het woord kwam net al voorbij. Het is een term die Tocqueville in zijn werken heeft gemunt. Wat het is? Door een paternalistische, gecentraliseerde overheid ontstaat een overheid die burgers in een geweldloze wurggreep houdt; via goede zorg, regels en verregaande verzorging. In Over de democratie in Amerika zegt hij: “De leiders zullen geen tirannen zijn, maar voogden”, beschrijft hij spitsvondig. Hij voorzag een zachte staat die tegelijk bemoeiziek is tot in de kleinste dingen. “Ze zullen zelfs het gebruik van tabak nog eens verbieden”. Het heeft ons veel te zeggen.
Tirannie van de meerderheid
Een tweede les gaat over de tirannie van de meerderheid. Het is een situatie waarin de grootste groep in een samenleving haar wil oplegt aan de minderheid, zonder rekening te houden met de belangen of rechten van die kleinere groep. Dat kan gemakkelijk, omdat de beslisregel die kenmerkend is voor een democratie de meerderheidsregel is. De helft plus één maakt de dienst uit. Dit gevaar ontstaat wanneer de meerderheid haar politieke én maatschappelijke overwicht gebruikt om afwijkende opvattingen structureel te marginaliseren.
Meermaals is het ook steeds één en dezelfde groep die op deze wijze de lakens kan uitdelen. De minderheid moet steeds maar afwachten of er rekening wordt gehouden met haar rechten en belangen. En als dat niet zo is, kan ze er niets tegen doen. Ook dit fenomeen is ons anno 2026 niet onbekend. Denk alleen maar aan de discussies rond Artikel 23 van de Grondwet ten aanzien van vrijheid van onderwijs. Het gevaar ontstaat daarmee dat een meerderheid haar opvattingen over wat goed, normaal of wenselijk is zó dominant maakt dat de rechten, overtuigingen of levenswijze van een minderheid onder druk komen te staan. In geest van Tocqueville moet je dus stellen dat het er niet alleen om gaat wie (minstens) 51% van de stemmen heeft, maar meer over de vraag of de meerderheid voldoende ruimte laat voor mensen die fundamenteel anders denken.
Kort en goed: de tirannie van de meerderheid en het milde despotisme vormen beide bedreigingen voor de democratie. Een verdere verdieping hiervan verdient een meer doorwrochte uitwerking. Dat is niet voor nu, maar wellicht voor een later moment. Neem in elk geval deze noties van Tocqueville ter harte. En lees zijn werk(en).